Er zijn veel vormen van extensieve intervaltraining. Een indicatie voor het 'extensieve' is een arbeid-rust verhouding van 3 op 1 of minder. Bijvoorbeeld tempo’s van 3 minuten of langer met een pauze van 1 minuut. Je kunt voor het 'extensieve' tempo ook trainingszones hanteren. Op de baan kun je tijdens de pauze tussen de tempo's het beste dribbelen of rustig draven. Bij minutenlopen op de weg is tijdens de puze rustig draven aan te bevelen.
Korte intervallen worden afgewisseld met een korte herstelpauze van een vergelijkbare duur. Het tempo bij korte intervallen ligt hoger dan bij de extensieve intervaltraining. Maar door de korte pauze is het geen intensieve snelheidstraining waarbij veel lactaat gevromd wordt (het 'verzuren'). Korte intervallen zijn gericht op lopen in een hoger ritme dan je normaal doet, waarmee je je loopefficientie kan verbeteren.
De variatie in intervaltraining is groot en wordt vooral beperkt door de creativiteit van de trainer. Ook de omstandigheden waar je traint kunnen je mogelijkheden beperken.
Met intervaltraining kun je de omvang eenvoudig stapsgewijs uitbreiden door:
1 - meer herhalingen
2 - langere afstanden
3 - een combinatie van beiden.
Mobirise.com