Waarom testen?

In de loop der jaren zijn er heel wat test methodes ontwikkeld. De coopertest en conconitest zijn de bekendste. Daarnaast zijn er lactaattesten, de Zoladztest, de VIADtest of Boverman test, de VO2max test etc etc.

 

Enkele van deze testen zijn vooral van belang voor de professionele marathonloper. We kiezen hier vooral voor een praktische insteek. Vaak wordt vergeten dat veel vragen voor testen al beantwoord worden met de reguliere training.

 

Waar sta ik?

De eerste vraag die je als aspirant marathonloper zou kunnen stellen is ‘Ben ik fit genoeg voor een marathonvoorbereiding?’.

De coopertest is ontwikkeld om een indruk te krijgen van je basisconditie. Je probeert in een tijd van 12 minuten een zo groot mogelijke afstand te overbruggen, de afstand is indicatief voor je basisconditie. De test kan zinvol zijn voor wie geen of nauwelijks loopervaring heeft. Als je er echter een reeks van trainingen op hebt zitten, dan geven de trainingen zelf reeds een indicatie van hoe je er voor staat.

 

De Zoladztest, waarbij je stapsgewijs in oplopend tempo loopt, geeft informatie over de verschillende ‘trainingszones’. De test geeft aan of de basisconditie voldoende ontwikkeld is ten opzichte van je snelheid en geeft een indicatie voor de verschillende trainingsintensiteiten.

 

Ga ik voldoende vooruit?

Testen worden vaak ingebouwd in de marathontraining om te weten of je voldoende vooruit gaat. Elk van de bovengenoemde testen kan daarvoor worden gebruikt. De test wordt dan regelmatig toegepast en de resultaten worden vergeleken met de voorafgaande test.

 

Elke test is een momentopname en wordt beïnvloed door de vorm van de dag en omstandigheden als het weer en het parcours. Het is dan ook belangrijk dat je de omstandigheden van een test standaardiseert. Doe de test steeds op dezelfde wijze, op hetzelfde parcours en bijvoorkeur onder vergelijkbare weersomstandigheden.

Ook hier geldt dat de training, en testlopen, vaak voldoende informatie kunnen geven over je vooruitgang. Door standaard trainingen op nemen en aan testlopen mee te doen kun je je voortgang bewaken.

 

    Tip: train regelmatig met een HF-meter op een vast parcours. Loop een standaardprogramma (bijvoorbeeld 6 x 3 min of 10 x 1000 m) met een vaste HF (bijvoorbeeld vergelijkbaar met een 10 km wedstrijd). Naarmate je meer getraind hebt zal je met dezelfde HF sneller worden. De afstand die je per 3 min hebt afgelegd wordt groter of de tijd per 1000 m wordt sneller.

 

De vormtest, ben ik er klaar voor?

Testen worden door topatleten vaak gebruikt om de vorm te bepalen. Welke factoren moeten nog worden bijgeslepen? Een goed volbrachte test geeft zelfvertrouwen. De beste vormtest is de wedstrijd. Hierin worden ook alle factoren als wedstrijdvoorbereiding, wedstrijdspanning, wedstrijdverloop (hoe sta ik ten opzichte van andere atleten?) meegenomen.

 

   Tip: vorm kan zich onverwacht uiten in de training. Tijdens zo’n training lijkt alles op zijn plaats te vallen. Gebruik die training om je zelfvertrouwen te versterken! Maak de tempo-indicaties ondergeschikt en geniet van het gevoel dat je soepel en snel kan lopen. De volgende training regeert weer het gezonde verstand.

 

Testen is dat nodig?



 

  1. Opsommingsteken    Begin je met lopen? Doe een coopertest en bespreek het resultaat met je trainer.

  2. Opsommingsteken    Elke test is een momentopname. Standaardisatie is belangrijk!

  3. Opsommingsteken    Testen is ook trainen!

  4. Opsommingsteken    Elke training en wedstrijd geeft je informatie over je vorm.

  5. Opsommingsteken    Doe regelmatig aan (test)lopen mee.

  6. Opsommingsteken    Bouw standaardtrainingen in.

  7. Opsommingsteken    Train met een HF-meter.

    


 

Meer over testen

praktische ervaringen

 

Workshop